Deze pagina behandelt de indicatieve FPA-analyse. Achtereenvolgens komen de definitie, de toepasbaarheid en de benodigde specificaties ter sprake.
Een indicatieve functiepuntanalyse geeft een indicatie van de orde van grootte van een informatiesysteem of project, uitsluitend uitgaande van een conceptueel gegevensmodel of van een genormaliseerd gegevensmodel. Voorzichtigheid bij deze indicatie is geboden: afwijkingen van 50% naar boven of naar beneden zijn zeker mogelijk!
Indien uitgegaan wordt van een conceptueel gegevensmodel bedraagt de indicatie van het aantal functiepunten:

Hierbij moeten de entiteittypen die van het type FPA-tabel zijn (zie Handboek Telrichtlijnen) én onderhouden worden door het te tellen informatiesysteem samen geteld worden als één entiteittype. Hetzelfde geldt voor de entiteittypen die van het type FPA-tabel zijn en door een ander informatiesysteem worden onderhouden. Voor FPA-tabellen worden dus maximaal twee entiteittypen geteld.
De factor 35 gaat er vanuit, dat voor elke interne logische gegevensverzameling drie invoerfuncties (toevoegen, wijzigen, verwijderen), twee uitvoerfuncties, één opvraagfunctie en enige generieke functionaliteit aanwezig zullen zijn. Hierbij wordt een lage complexiteit van de interne logische gegevensverzameling verondersteld (7 functiepunten), gemiddeld van de transacties (3x4 + 2x5 + 4 = 26 functiepunten) en 2 functiepunten voor de generieke functionaliteit.
De factor 15 gaat uit van een eenvoudige koppelingsgegevensverzameling (5 functiepunten), een uitvoerfunctie en een opvraag (9 functiepunten) en enige generieke functionaliteit (1 functiepunt) per koppelingsgegevensverzameling.
Als men over een gegevensmodel in de derde normaalvorm beschikt geldt als indicatie voor het aantal functiepunten:

Ook hierbij moeten de entiteittypen die van het type FPA-tabel zijn (zie Handboek Telrichtlijnen) én onderhouden worden door het te tellen informatiesysteem samen geteld worden als één entiteittype. Hetzelfde geldt voor de entiteittypen die van het type FPA-tabel zijn en door een ander informatiesysteem worden onderhouden. Voor FPA-tabellen worden dus maximaal twee entiteittypen geteld.
Een indicatieve functiepuntanalyse kan bijna altijd aan het einde van de fase requirements definitie worden uitgevoerd. In een groot aantal gevallen zal de indicatie zelfs al na de fase informatieplanning kunnen worden verkregen.
Uit bovenstaande blijkt al dat men moet beschikken over: