FPA is een techniek om de functionele omvang van een informatiesysteem of project te bepalen. Deze omvang kan onder andere worden gebruikt voor het opstellen van een begroting.
Deze pagina beschrijft de FPA-methode beknopt. Voor het maken van een goede FPA-telling is het raadplegen van het Handboek telrichtlijnen FPA van de NESMA echter een absolute vereiste. Dit handboek bevat de exacte definities, regels en richtlijnen, en geeft vele voorbeelden van praktijksituaties.
Noot: De vroeger bestaande correctiefactor is geen onderdeel meer van de door ISO gecertificeerde methode FPA. De informatie over de correctiefactor hebben we - ter informatie - elders in deze sectie opgenomen.
FPA meet de hoeveelheid functionaliteit die een informatiesysteem de gebruikers biedt. Hierbij gaat het zowel om processen als om gegevensverzamelingen. Van belang is, dat de gebruiker de functionaliteit herkent en erom gevraagd heeft. FPA noemt dit dan ook de gebruikersfuncties.
FPA onderscheidt vijf typen gebruikersfuncties:
Een Interne Logische Gegevensverzameling bevat permanente, voor de gebruiker relevante gegevens. De gegevens worden door het systeem gebruikt en onderhouden. Onder "onderhouden" verstaat FPA het toevoegen, wijzigen of verwijderen van gegevens.
Ook een Koppelings-Gegevensverzameling bevat permanente, voor de gebruiker relevante gegevens. Deze gegevens worden door het systeem gebruikt, maar worden door een ander systeem onderhouden (voor dat andere systeem is het dus een ILGV).
Een Invoerfunctie verwerkt gegevens in een ILGV van het systeem.
Voorbeelden: het wijzigen van de gegevens van een klant in het
klantenbestand; het inlezen van bestellingen in een ordersysteem; het
medium is hierbij niet van belang: papier, scherm, cartridge, datacom,
enzovoorts.
Een Uitvoerfunctie presenteert gegevens uit het systeem.
Voorbeelden: het afdrukken van alle debiteuren; het aanmaken van facturen;
het aanmaken van een diskette met betalingsopdrachten; het medium is
hierbij niet van belang: papier, scherm, magneetband, datacom,
enzovoorts.
Een Opvraagfunctie is een speciaal (eenvoudig) soort
uitvoerfunctie. Een opvraagfunctie presenteert gegevens uit het systeem
op basis van een uniek identificerend zoekgegeven, waarbij geen
aanvullende bewerkingen (zoals berekeningen of het bijwerken van een
gegevensverzameling) plaats vinden.
Voorbeeld: het tonen van de gegevens van de klant met klantnummer
123456789.
Voor gebruikersfuncties onderscheidt FPA drie niveaus van complexiteit:
Voor het vaststellen van de complexiteit hanteert FPA heldere criteria. Bepalend is de hoeveelheid informatieverwerking door een gebruikersfunctie. De criteria staan beschreven in het handboek Handboek telrichtlijnen FPA van de NESMA.
Opmerking:
Soms is de functionaliteit nog niet voldoende uitgekristalliseerd om de complexiteit van de gebruikersfuncties te kunnen vaststellen. Via een zogenoemde globale telling kan toch een FPA worden uitgevoerd:
Bij een globale FPA-telling worden wel alle gebruikersfuncties geïdentificeerd, maar voor de complexiteit worden standaardwaarden aangehouden:
Als het type gebruikersfunctie (stap 1) en de complexiteit (stap 2) ervan bekend zijn, kan in de volgende matrix het aantal functiepunten voor die gebruikersfunctie worden vastgesteld:
|
Gebruikersfunctie |
Aantal functiepunten |
||
|---|---|---|---|
|
Complexiteit |
Eenvoudig |
Gemiddeld |
Moeilijk |
|
Interne Logische Gegevensverzameling |
7 |
10 |
15 |
|
Koppelings Gegevensverzameling |
5 |
7 |
10 |
|
InvoerFunctie |
3 |
4 |
6 |
|
UitvoerFunctie |
4 |
5 |
7 |
|
OpvraagFunctie |
3 |
4 |
6 |
Als men een globale FPA-telling uivoert worden - zoals gemeld - standaardwaarden voor de complexiteit aangehouden (eenvoudig voor een gegevensverzameling, gemiddeld voor een gebruikerstransactie). Het aantal functiepunten per gebruikersfunctie kan dan aan de hand van de volgende tabel worden vastgesteld.
|
Gebruikersfunctie |
Aantal functiepunten |
|---|---|
|
Interne Logische Gegevensverzameling |
7 |
|
Koppelings Gegevensverzameling |
5 |
|
InvoerFunctie |
4 |
|
UitvoerFunctie |
5 |
|
OpvraagFunctie |
4 |
De optelling van de functiepunten van alle onderkende gebruikersfuncties wordt de functionele omvang van het systeem (of project) genoemd.